Bij abrasief waterstraalpolijsten is het schuurmiddel het belangrijkste onderdeel van de materiaalafvoer. De vorm, grootte, het type en andere parameters ervan hebben een directe invloed op de verwerkingsefficiëntie en de oppervlaktekwaliteit van het bewerkte werkstuk. De meest gebruikte schuurmiddelen zijn onder andere SiC, Al2O3, CeO2 en granaat. Over het algemeen geldt dat hoe harder de schuurkorrels, hoe hoger de materiaalafvoersnelheid en hoe beter de oppervlakteruwheid kan worden verbeterd.
Daarnaast zijn er ook de volgende factoren die de kwaliteit van het polijsten beïnvloeden:
① Rondheid: De invloed van de rondheid van de schuurdeeltjes op het proces. De resultaten tonen aan dat hoe groter de rondheid van de schuurdeeltjes, hoe hoger de uitstroomsnelheid, hoe hoger de materiaalafvoersnelheid en hoe kleiner de slijtage van het mondstuk.
② Uniformiteit: De invloed van de uniformiteit van de deeltjesgrootte op de straalverwijderingseigenschappen. De resultaten tonen aan dat de verdeling van de impactverwijderingssnelheid van deeltjes van verschillende groottes vergelijkbaar is, maar dat de impactverwijderingssnelheid afneemt naarmate de deeltjesgrootte toeneemt.
③ Deeltjesgrootte: De invloed van de deeltjesgrootte van het schuurmiddel op de materiaalverwijdering. Bij een toenemende deeltjesgrootte van het schuurmiddel verandert de dwarsdoorsnede van het verwijderde materiaal van een W-vorm naar een U-vorm. Uit experimentele analyses blijkt dat de botsing tussen de deeltjes de belangrijkste oorzaak is van de materiaalverwijdering en dat op nanodeeltjes gepolijste oppervlakken het materiaal atoom voor atoom wordt verwijderd.
